Vanmorgen was het weer mistig...geen gouden mist met zon erdoor heen, maar een dikke grijze mist.
Maar toen ik beter keek zag ik ze overal ; duizenden parels.

Slingers vol hingen er overal.... in het gras, , tussen de takken, aan de bessen en bloemen, voor het raam als
gordijnen, de bootjes waren ermee versierd....overal waar ik keek...is het niet prachtig????

Zie je dat je IN IEDER druppeltje een beeld van het water met de bomen ziet?!...
Het deed mij denken aan het sprookje van de Rijke Bramenplukker van Godfried Bomans.
http://www.beleven.org/verhaal/de_rijke_bramenplukker
Hier een verkorte versie;
Vele jaren geleden leefde er in een groot bos een oude bramenplukker.
Verder woonde er niemand in het bos en daarom dacht de bramenplukker dat hij alleen op de wereld was. Deze gedachte deed echter zijn opgewektheid geen schade.
Hij zong luidkeels de vrolijkste liederen, zonder ophouden, behalve ’s nachts, want dan moest hij slapen –dat is een goede verontschuldiging. Maar verder, verder was er geen vrolijker mens denkbaar.
“Zie,” placht hij ’s morgens te zeggen, “die zilveren parels op de bloemen! Voor wie anders liggen al die diamanten over het gras gestrooid dan voor mij? Wat ben ik rijk!” en als hij door het woud liep, zuchtte hij: “Wat een hoge gewelven, wat een ruime portalen, wat een prachtige zuilen! En dat alles voor één man!”
Des middags lag hij op zijn rug naar de wolken te kijken, die de wonderlijkste figuren voor hem maakten. “Zie,” sprak hij dan, “een beer! En daar een winterlandschap! Wie heeft er zo’n zoldering? Ik word er verlegen van!”

Op een dag komt er een ontdekkingsreiziger bij de bramenplukker en hij geeft hem te eten. Als de ontdekkingsreiziger in ruil een goudstuk wil geven, dan zegt de bramenplukker dat hij dat niet nodig heeft, want dat hij immers diamanten heeft, “een paar grasvelden vol”.
Aangemoedigd door de nieuwsgierigheid van de ontdekkingsreiziger vertelt de bramenplukker dus voluit over zijn paleis, met zuilengangen waarbij men het einde niet kan zien, met duizenden slanke kolommen die het gewelf dragen, Over de muziek die de ganse dag voor hem klinkt, met telkens nieuwe liederen en met ’s avonds een aparte zanger voor de solo’s.
De ontdekkingsreiziger is door het dolle heen door deze ontdekking, en nog voor hij al die rijkdom wil gaan bekijken met de bramenplukker, vertrekt hij om kond te doen van zijn allergrootste ontdekking ooit. Hij trommelt een aantal mensen op, en trekt met hen terug naar de bramenplukker. Die is dolgelukkig dat hij zijn bezoekers zijn rijkdom kan laten zien, en ’s morgens toont hij hen vol ontroering de parels op het gras en de bloemen.......
Heel ontnuchterend zegt de burgemeester dat dat geen parels zijn, maar dauw.
De zuilengangen worden bomen, en de muziek komt van een nachtegaal.
De bezoekers voelen zich bedrogen, en uit woede hangen ze de bramenplukker op…
En toen ’s avonds de nachtegaal zijn trillend lied begon, was er niemand om te luisteren. Want de bramenplukker hing juist een tak lager, dood.
Wijze les: kijk goed om je heen wat de ware rijkdom in het leven is.
Ik zie de parels en geniet....de HERFST is VANDAAG begonnen!!!!!